Het duurde niet lang of het liep fout. De buschauffeur miste zich van straat en reed met zijn bus pardoes in een scheur in het ruimte-tijd continuüm, waardoor de hele bus met alle inzittenden meteen werd gekatapulteerd naar het verleden, 100 jaar terug.
Tja... 't Kan verkeren.
We waren nog maar net bekomen van onze helse tocht naar het jaar 1914 of we werden al bijeengeroepen in een legertent, waar een zekere Sophie ons een nieuwe identiteitskaart in handen stopte met een nieuwe naam, en ons vertelde dat de oorlog was begonnen. De Duiters waren gekomen en hadden in die korte tijd al onze koekjes gestolen!(komen ze daar nu echt voor uit Duitsland?)
Om ze terug te krijgen, gingen we moeten betalen met rantsoenbonnen. Dat zijn bonnetjes waarmee men in de oorlog eten kon kopen.

Onze eerste opdracht was al niet eenvoudig. We moesten vluchten voor de Duitsers door snel zo veel mogelijk spullen in kruiwagens te laden - niet gemakkelijk als je moet kiezen tussen eten, juwelen, pyjama's of spelconsoles. Met die spullen hebben we dan in estafette een weide rond moeten racen. Alles wat we lieten vallen, moest blijven liggen.
Toen het tien uur was, moest elke groep 4 bonnen betalen om onze koeken te kunnen eten. Twee groepen betaalden meteen, terwijl de twee andere groepen nog discussieerden of ze de bonnen niet wilden sparen voor het middagmaal.
Na het tienuurtje marcheerden we in stille rijen terug naar de boerderij.

Voor het middageten moesten we nog sporen leren herkennen. Niet gemakkelijk als je er de dieren niet bij ziet, maar als we het goed deden, kregen we er weer rantsoenbonnen bij.
Die al snel weer konden worden afgepakt als we iets verkeerd deden...
Soms was het wel een beetje oneerlijk, maar het schijnt dat dat nu eenmaal zo gaat in een oorlog.
We leerden ook morsecode en lieten elkaar woorden ontcijferen. Onze morsecode maakten we met dierengeluiden, maar we verdenken de soldaten ervan dat stiekem ook te doen.
Gelukkig konden we 's middags allemaal genieten van onze boterhammen en een lekker soepje. En konden we even terug helemaal kind zijn door tekeningen te maken voor een wedstrijd.
Na het middagmaal werd het tijd om de dieren te voederen. In de oorlog is er voor mensen niet veel eten, dus ook voor dieren niet. Daarom moesten we eerst weegbree en zuring zoeken, twee planten die konijntjes graag eten.
Toen we de konijntjes aan het voederen waren, deden we een schrikbarende ontdekking. Ook in 1914 waren er bloedkonijntjes!
Op een bepaald moment waren we Timon kwijt. Gelukkig vond Jacob hem snel terug achter een hek en kon hij verder meehelpen de duiven, geiten, cavia's en schapen eten te geven.

We leerden ondertussen ook dat er tijdens de oorlog spion-duiven waren. Dat waren duiven die met een fototoestel op de borst foto's gingen trekken van de vijand en hun kampen.
Eén duif heeft daarvoor zelfs een medaille gekregen. Zijn naam was Cher Ami, wat Frans is voor 'Lieve Vriend'.
Toen alle dieren eten hadden gekregen, zagen we in de verte onze bus staan. Zo snel als we konden renden we erheen en sprongen we erop. De klas van San/Valeria was er al - zij beweerden zelfs niets te hebben gemerkt van onze tijdreis. De chauffeur vond gelukkig zijn weg terug naar het juiste wormgat, zodat we netjes terug werden afgeleverd op school in 2014.
We zijn er nog een beetje ondersteboven van.
Zo ondersteboven dat Anna, Tibor en Lander in de leraarskamer nog even een oorlogsscène moesten namaken.
Och, ja.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten